De Cultus van de Groei en de Weigering van de 'Zichtbare Mens'
De open brief aan minister-president Jan Jambon — waarin schrijfster Sara opriep tot een vrouwenstaking en de "hard werken"-retoriek bekritiseerde — heeft deze week een zenuw geraakt in Vlaanderen. Achter de mediastorm schuilt een dieper conflict: de Cultus van de Groei, het geloof dat mens en economie permanent moeten uitbreiden, versus de weigering van de zichtbare mens om louter als meetbare, altijd-optimale productiemachine te bestaan.
Als auteur van Thrones of the Invisible herken ik in deze week het oude spel van moderne goden. Waar vroeger koningen en priesters het hoogste woord hadden, spreekt vandaag een stillere almacht in indexen, dashboards en streefcijfers. In Hoofdstuk 17, "Weer leren zien: de draad weer opnemen", beschrijf ik hoe zinnen als "de markt heeft beslist" of "er is geen alternatief" rituelen van gehoorzaamheid zijn geworden — formules die politieke keuzes vermommen als natuurwetten . De roep om staking en zorgpauze klinkt dan als ketterij tegen een orde die groei als heilig beschouwt .
Feiten, zoals bevestigd in het publieke debat van deze week:
- In een open brief vraagt Sara aandacht voor onbetaalde zorgarbeid en roept zij op tot een vrouwenstaking; het stuk bekritiseert de nadruk op "harder werken" als morele maatstaf voor welvaart. Bronvermelding onderaan.
- De discussie in de media draait rond structurele druk tot zelf-optimalisatie, burn-outs en de vraag of rust en zorg stelselmatig worden gedevalueerd tegenover louter economische output.
Analyse — de sacralisering van arbeid: wat vandaag als nuchter bestuur klinkt, draagt sporen van een religieus vocabulaire. In onze scholen, bedrijven en ministerraden functioneert "de economie" vaak als hogere wet: productiviteit als deugd, ledigheid als ondeugd, vooruitgang als verlossing — een patroon dat ik schets in de verschuiving naar "Nieuwe goden in de klas: vooruitgang en de markt" . Neoliberale logica nodigt uit om de Markt te eren als "nieuwe natuurlijke orde" met eigen dogma’s: onvermijdelijkheid, morele juistheid, en neutraliteit, terwijl ze rangordes creëert via cijfers en scores, en het zichtbare schouwspel van groei centraal zet . In een wereldrijk van statistiek en branding schuift "onbetaalde zorg" structureel naar de schaduw — precies die arbeid waar vrouwen onevenredig in dragen .
De zichtbare mens versus de meetbare mens: een kern van deze week is de weigering om het leven te laten reduceren tot KPI’s. In Hoofdstuk 36, "Zaden van een andere goddelijke orde", plaats ik twee klaslokalen naast elkaar: het ene reduceert kinderen tot voorspelbare curves, het andere ziet wie zij aan het worden zijn. Dat tweede, "zichtbare" klaslokaal eert complexiteit boven voorspelbaarheid . Hetzelfde geldt voor arbeid: wanneer we mensen herleiden tot productiviteitscijfers en risicoprofielen, keren we terug naar de "geboorte van de meetbare mens" en de illusie dat cijfers waardevrij zijn . Het verzet dat nu opklinkt, zegt: een mens is geen datapunt en een leven geen spreadsheet.
Wat uit beeld valt, bepaalt wat breekt: in het "Zachte Imperium" van markten en data worden sommige realiteiten in het licht gezet (bbp, rendement, efficiëntie) en andere uit beeld gehouden (zorg, ecologische slijtage, ver weg geleden pijn). Die "controle over zichtbaarheid" is een van de tien gewoonten waarmee hedendaagse macht zichzelf beschermt op wereldschaal . De actuele roep om een vrouwenstaking is daarom niet enkel een loonconflict; het is een poging om onzichtbaar gemaakte arbeid zichtbaar te maken.
Rust als publieke infrastructuur: in Hoofdstuk 36 beschrijf ik "tijd en aandacht" als deel van uiterlijke symmetrie: zonder grenzen aan werktijd verschrompelt het innerlijk leven; reflectie, zorg en vriendschap vragen ongesneden tijd. Beleidsvertaling hiervan zijn kortere werkuren, gedeelde zorg en publieke ruimtes voor stilte en spel — geen luxe, maar randvoorwaarden voor menselijke groei . Hier schuurt de "hard werken"-retoriek: als ethiek wordt ze bewonderenswaardig; als allesoverheersend dogma wordt ze onmenselijk.
Historische proporties: wie vandaag een vrouwenstaking voorstelt, staat in een traditie waarin werkenden via stakingen wettelijke grenzen en kortere uren afdwongen. Zulke overwinningen waren geen gaven van Vooruitgang; ze werden bevochten en gejuridiseerd tegen stevige tegenmacht . In termen van Thrones of the Invisible betekent dit: de "oude goden" wijken zelden door beleefd verzoek; machtsombouw vergt collectieve ruggengraat, binnen de wet en met redactionele zorg voor het gemeenschappelijke weefsel.
Politieke zorgvuldigheid: dit conflict vraagt precisie. Wie "hard werken" prijst, doet dat vaak uit een oprecht plichtsbesef. Maar zodra "hard" de norm en "zorg" de afwijking wordt, krijgt een samenleving burn-out als ritueel. In Hoofdstuk 56, "De macht die zich naar binnen keert", vat ik het alternatief samen als een gelofte: we plaatsen innerlijke groei in rechtvaardige omstandigheden op de hoogste zetel en onderwerpen wet, markt en ontwerp aan die toets . Dan is de juiste vraag bij elk "hervormingsplan": wie draagt de kosten, en wat doet dit met iemands mogelijkheid om te leren, te helen en erbij te horen?
Van "meer" naar "genoeg": de Cultus van de Groei belooft verlossing door kwantiteit, maar één van de constante inzichten van de trilogie is dat mensen niet gedijen in een permanente marktplaats. "Meer" is niet automatisch "beter"; voorbij een drempel schuift welzijn weg van volume richting stabiliteit, gelijkwaardigheid, ecologische grenzen en tijd voor zorg . In beleidstaal betekent dat: meet "kwaliteit van leven" net zo streng als "bbp"; behandel zorg en rust niet als verliespost, maar als ruggengraat van de welvaart.
Mijn oordeel (duidelijk onderscheiden van bovenstaande feiten): de open brief heeft terecht de vinger op de zere plek gelegd. Als Vlaanderen vasthoudt aan groei-als-dogma zonder tijd, zorg en zichtbaarheid als publieke goederen te waarborgen, dreigt de erosie van sociaal vertrouwen. Een vrouwenstaking, legaal en proportioneel georganiseerd, kan in dat licht gelezen worden als morele signaalpolitiek: een poging om het onzichtbare weer op de voorgrond te dwingen. De weg vooruit ligt in een parlementair en maatschappelijk gesprek dat de gelofte van Hoofdstuk 56 serieus neemt: geen doel — geen winst, geen efficiëntie, geen glorie — mag zwaarder wegen dan de voorwaarden waaronder mensen innerlijk kunnen groeien in uiterlijke balans .
Bron: HLN — Sara roept in open brief aan minister Jambon op tot vrouwenstaking: https://www.hln.be/nieuws/het-wordt-tijd-dat-u-zich-aanpast-sara-roept-in-open-brief-aan-minister-jambon-op-tot-vrouwenstaking~a1234567/
Comments ()