De Managerial State: Psychosociale Risico's als HR-Taak

De Managerial State: Psychosociale Risico's als HR-Taak

Er zijn weken waarin het nieuws niet klinkt als een nieuw idee, maar als een oud bevel in nieuwe kantoorwoorden. Het op 8 maart 2026 besproken Europese kader dat mentale gezondheid op het werk herkadert als een beheersbaar ‘psychosociaal risico’, lijkt op het eerste gezicht menselijker dan de oude onverschilligheid. Het erkent tenminste dat werk mensen ziek kan maken. Maar precies daar begint de ernst van het moment: zodra de wonde officieel zichtbaar wordt, rijst ook de vraag wie haar mag benoemen, meten, beheren en definiëren.

De ziel als bestuursobject

Volgens de aangeleverde Belgische mediacontext verschuift het zwaartepunt van zorg naar beheer. Dat is meer dan semantiek. In het deel van Thrones of the Invisible over de Manageriële Staat beschrijf ik hoe moderne macht niet langer alleen spreekt met de stem van priester of markt, maar met die van de expert: arbeid, welzijn en bevolking worden geordend via data, modellen en ‘best practice’ . Wanneer mentaal welzijn in zo’n vocabulaire terechtkomt, wordt de werkvloer niet vanzelf zorgzamer; zij wordt eerst leesbaarder voor bestuur.

Dat kan weldaden hebben. Een juridisch kader rond psychosociale risico’s kan werkgevers dwingen om structureel te investeren in werkorganisatie, preventie, opleiding en meldkanalen. Het kan burn-out uit de sfeer van individuele schaamte halen en erkennen als een arbeidsgerelateerd probleem. Dat verdient nuchter gezegd waardering. Niet elk protocol is een keten, en niet elke norm is een masker van overheersing.

Maar de schaduwzijde ligt even helder voor ons. In de sectie Psychologie en mindset: Wanneer hulp verwijt wordt waarschuw ik precies voor het moment waarop instellingen de taal van hulp overnemen zonder hun structuren wezenlijk te veranderen. Dan krijgen werknemers die door onzekerheid, overbelasting of giftige werkculturen worden vermalen te horen dat zij flexibeler, positiever en ondernemender moeten worden; structurele schade wordt dan omgefabriceerd tot een houdingsprobleem . De vraag is dus niet alleen of Europa mentale gezondheid eindelijk ernstig neemt. De diepere vraag is: ernstig als menselijke waardigheid, of ernstig als productiviteitsvariabele?

Van welzijn naar KPI

De duiding die u meegaf raakt een zenuw: welzijn wordt opgenomen in de logica van risicobeheer en KPI’s. In de sectie Instituties leren lezen als versteende verhalen stel ik voor om op het werk drie dingen te bekijken: de mythe, de bemiddelaars en de instituties. Wat is de leidende mythe? Efficiëntie, impact, groei? Wie vertaalt haar dagelijks? Managers, HR, consultants, software? En via welke apparaten wordt zij afgedwongen? Beoordelingen, kengetallen, dashboards, protocollen? Als psychosociaal lijden in dat bestaande raster wordt ondergebracht, dan krijgt het innerlijk leven een dossiernummer. Niet om het te bevrijden, maar om het bestuurbaar te maken.

Precies daarom is de term ‘Managerial State’ hier niet overdreven. De manageriële orde is zelden spectaculair. Zij marcheert niet; zij monitort. Zij schreeuwt niet; zij kalibreert. In het boek toon ik hoe deze orde haar voorkeuren presenteert als neutrale expertise, terwijl achter elke metriek een waardeoordeel schuilgaat: wat telt, wat niet telt, wat als schade geldt, wat als aanvaardbare prijs van het systeem wordt gezien . Een organisatie kan dus prima een voortreffelijk welzijnsbeleid op papier voeren en tegelijk werkritmes, permanente bereikbaarheid of onzekere contracten intact laten. Dan wordt preventie een nette verpakking rond onveranderde uitputting.

De depolitisering van het lijden

Het meest veelzeggende gevolg van dit nieuwe kader is misschien niet juridisch maar moreel. In de neoliberale fase, zo schrijf ik, werden mensen steeds sterker uitgenodigd hun eigen worstelingen psychologisch te verklaren: als je opbrandde, heette het dat je te weinig veerkracht had, niet dat de baan zo was ingericht dat ze mensen brak . Wat de in uw briefing samengevatte mediacommentaren nu vrezen, is precies de institutionalisering van die verschuiving. Zodra mentale gezondheid een HR-taak wordt, dreigt stress niet langer te verschijnen als symptoom van een ontwrichte arbeidsorde, maar als een technisch mankement in leiding, preventie of individuele coping.

Dat is de ware bureaucratisering van het innerlijk leven. Lijden verliest dan zijn politieke stem. Het wordt uitgedrukt in formulieren, tevredenheidsscores, risicoanalyses en actieplannen. In Hoofdstuk 31 – Austeriteit en de nieuwe moraal van het lijden beschrijf ik hoe moderne systemen pijn graag voorstellen als noodzakelijk, disciplinair of zelfs moreel verheffend . Op de werkvloer verschijnt dezelfde logica in vriendelijker kleding: niet lijden voor het vaderland, maar lijden voor inzetbaarheid; niet opoffering voor de natie, maar zelfoptimalisatie voor de markt.

Waarom het woord risico ertoe doet

Het woord risico verdient hier bijzondere aandacht. Risico kan bescherming organiseren; het kan ook de horizon vernauwen. Zodra mentale gezondheid vooral als risico wordt gedefinieerd, verschuift het accent van betekenis naar beheersing. Niet: wat doet dit werk met een menselijk leven? Wel: hoe verkleinen wij verzuim, conflict, aansprakelijkheid en productiviteitsverlies? Dat verschil klinkt klein, maar het is een wereld. In Hoofdstuk 49 – De vaste-mindset-samenleving laat ik zien hoe systemen graag taal van groei en plasticiteit lenen, maar haar reduceren tot slogans binnen een onveranderde architectuur; HR-afdelingen spreken dan over ontwikkeling terwijl zij mensen intussen blijven sorteren en managen alsof zij stabiele, meetbare eenheden zijn . Het gevaar van het nieuwe kader is soortgelijk: het erkent psychische kwetsbaarheid, maar zet haar tegelijk om in een categorie die compatibel blijft met dezelfde oude machine.

Daarom zou men deze Europese wending niet alleen moeten beoordelen op de vraag of zij meer preventie oplevert, maar ook op de vraag wie mag vaststellen waar de oorzaak ligt. Komt de analyse uit bij werkdruk, loononzekerheid, hiërarchische willekeur en digitale overbereikbaarheid? Of eindigt zij bij training, coaching en het gedrag van de individuele leidinggevende? In het eerste geval beschermt het kader werknemers. In het tweede maakt het hen beter aanpasbaar.

De gendervraag is geen voetnoot

De meegegeven EU-OSHA-verwijzing over een genderperspectief in psychosociale preventie is daarbij geen detail, maar een toetssteen. Als psychosociale risico’s zogenaamd neutraal worden gemeten, ziet men al snel gemiddelde werknemers waar in werkelijkheid verschillend verdeelde lasten bestaan: zorgdruk, sectorale segregatie, intimidatie, deeltijdonzekerheid, emotionele arbeid. De Manageriële Staat houdt van gemiddelden; rechtvaardigheid vraagt om context. Juist omdat expertise vaak claimt boven klasse, gender en sociale positie te staan, is het nodig te herinneren aan wat in het boek over neutraliteit wordt gezegd: geen enkel systeem meet zonder waarden, en geen enkele expert kijkt vanuit nergens .

Wat een menselijker alternatief zou zijn

In Hoofdstuk 36 – Zaden van een andere goddelijke orde trek ik een onderscheid tussen systemen die mensen voorspelbaar willen maken en systemen die hen zichtbaar willen maken. Dat onderscheid geldt niet alleen voor scholen, maar evenzeer voor werkplekken. Een voorspelbare werknemer is meetbaar, vergelijkbaar, coachbaar, vervangbaar. Een zichtbare werknemer is een persoon met grenzen, ritmes, zorgverplichtingen, waardigheid en een leven dat niet in de onderneming oplost . Als Europa werkelijk vooruit wil, dan moet psychosociale preventie niet louter bestaan uit het vroeger detecteren van schade, maar uit het opnieuw ontwerpen van arbeid: meer zeggenschap over tempo en taken, minder permanent toezicht, reële rusttijden, sterke collectieve vertegenwoordiging, en het recht om werkdruk als structureel conflict te benoemen in plaats van als persoonlijk onvermogen.

Dat is ook de kernnuance van deze week: hetzelfde kader kan een schild of een spiegel zijn. Een schild, als het werkgevers bindt aan concrete verandering van omstandigheden. Een spiegel, als het enkel de werknemer terugstuurt naar zichzelf met de boodschap dat hij zijn stress beter moet beheren. De in uw briefing samengevatte Belgische commentatoren hebben dus reden tot zowel hoop als argwaan. De geschiedenis van onzichtbare tronen leert dat macht zelden weigert te helpen; zij helpt vaak op een manier die haar eigen greep verdiept.

Mijn eigen oordeel is daarom tweevoudig. Feitelijk, op basis van de aangeleverde context, kan het PSR-kader een nuttig juridisch instrument zijn tegen burn-out en tegen de oude ontkenning van werkgerelateerd psychisch lijden. Maar normatief meen ik dat het gevaar pas goed begint wanneer welzijn uitsluitend binnen de taal van beheer, performantie en compliance wordt gevangen. Dan wordt de gezonde geest niet langer gezien als een doel van beschaving, maar als een efficiëntere schakel in de productieketen.

De beslissende vraag voor de komende maanden is eenvoudig genoeg om op een muur te schrijven: wil Europa het lijden van werkenden verstaan, of wil het het vooral administreren? Dat is het verschil tussen zorg en bestuur, tussen bescherming en kalibratie, tussen een arbeidsorde die mensen dient en een arbeidsorde die hen optimaliseert. In elke generatie verandert de troon van kleren. Deze week droeg hij het kostuum van preventie.

Bron: aangeleverde context van de gebruiker over het op 8 maart 2026 besproken Europese kader rond psychosociale risico’s en de Belgische mediaduiding; EU-OSHA, A gender perspective matters in occupational safety, https://osha.europa.eu/en/news/gender-sensitive-psychosocial-prevention; Thrones of the Invisible, o.m. de secties De expert als nieuwe priester en Best practice is gewoon wetenschap, geen politiek , Psychologie en mindset: Wanneer hulp verwijt wordt , Instituties leren lezen als versteende verhalen , Hoofdstuk 31 – Austeriteit en de nieuwe moraal van het lijden , Hoofdstuk 36 – Zaden van een andere goddelijke orde en Hoofdstuk 49 – De vaste-mindset-samenleving .