De Mondiale Markt als Onzichtbare Rechter
Op 11 maart 2026 kreeg een ogenschijnlijk technische boodschap van de Nationale Bank van België een veel grotere betekenis dan een gewone conjunctuurnota. In de economische vooruitzichten voor 2025-2027 wordt de Belgische groei rond 1% geplaatst, maar in de context van Amerikaanse handelsbeperkingen werd die raming deze week gelezen als iets anders: niet alleen een waarschuwing over tragere groei, maar een diagnose van kwetsbaarheid. Voor een open exporteconomie als de Belgische is een handelsmuur elders zelden een ver weg gelegen beleidsfeit. Zij komt thuis aan als druk op investeringen, nerveuze energieprijzen, voorzichtiger bedrijfsplannen en onzekerheid over werk in logistiek, industrie en havenzones.
Niet alleen een economisch signaal, maar een soevereiniteitsvraag
Wat in de Belgische berichtgeving deze week verschoof, was de toon. De vraag was niet langer alleen hoeveel tienden van een procent groei verloren kunnen gaan, maar wie in werkelijkheid over de levensvoorwaarden van burgers beslist. Dat is exact het terrein van Thrones of the Invisible. In Hoofdstuk 16, ‘Leugens die ons binden: mythen van het moderne pantheon’, beschrijf ik hoe moderne machten zich verbergen in zinnen die klinken als weerberichten: ‘de economie vertraagt’, ‘de data tonen’, ‘de markten eisen dit’. Het zijn neutrale formuleringen aan de oppervlakte, maar ze verhullen keuzes, belangen en machtsverhoudingen .
Daarom is ‘de mondiale markt als onzichtbare rechter’ meer dan een sterke metafoor. Het is een nauwkeurige beschrijving van hoe macht vandaag werkt. In het openingsdeel van het boek stel ik dat goddelijke macht niet verdwenen is, maar verhuisd: van altaar en troon naar Markt, Staat en Algoritme. Wij behandelen sommige orden nog steeds alsof ze ultiem, onvermijdelijk en boven beroep staan; de markt is daarvan een schoolvoorbeeld .
Een rechter zonder gezicht
De waarschuwing van de Nationale Bank valt bijna naadloos samen met wat ik in de secties ‘Diffuse en Vernette Soevereiniteit’ en ‘Technische Taal als Heilige Spraak’ het hart van het Zachte Imperium noem. Daar is macht geen enkele hoofdstad meer, geen zichtbaar paleis, geen koning tot wie men zich kan wenden. Macht is een web van regeringen, centrale banken, multinationale ondernemingen, kredietbeoordelaars, handelsjuristen en experts. Geen enkele actor bestuurt alles, maar samen kunnen zij staten belonen of straffen, investeringen aantrekken of laten opdrogen, en nationale beleidsruimte versmallen .
Dat maakt het Belgische moment van deze week zo pijnlijk herkenbaar. Wanneer Washington protectionistische beperkingen optrekt, voelt dat in Antwerpen, Gent, Luik of de Kempen niet als een debat tussen mogendheden, maar als een vonnis zonder rechtbank. In het boek schrijf ik dat een conflict tussen grote economieën export uit jouw regio kan blokkeren of prijzen in jouw winkel kan opdrijven, zelfs als jouw land in die ruzie geen beslissende rol speelde. De burger mag stemmen, maar ervaart tegelijk dat veel wezenlijke hefbomen elders liggen .
Waarom dit het sociaal contract aantast
Dat is het echte gevaar achter de kille statistiek. Een democratie leeft niet alleen van verkiezingen, maar van geloofwaardige bescherming. Zodra burgers het gevoel krijgen dat hun regering nog slechts de schade administreert van beslissingen die elders zijn genomen, wordt het sociaal contract broos. In Thrones of the Invisible formuleer ik het scherp: je bent vrij om binnen het systeem te kiezen, maar niet vrij om het systeem zelf te kiezen . En verderop merk ik op dat de formele politiek steeds meer tijd besteedt aan het managen van uitkomsten van zulke systemen, eerder dan aan het betwisten van hun ontwerp .
Daar begint het cynisme. Niet omdat burgers irrationeel zouden zijn, maar omdat zij een reële kloof ervaren tussen stemrecht en lotsmacht. Zij zien dat lonen, energie, krediet, exportorders en investeringen in toenemende mate afhangen van een orde die hen overal omringt en nergens verantwoording aflegt. In de taal van het boek: menselijke keuzes worden vertaald in lot. Wat door mensen ontworpen is, wordt gepresenteerd als noodzaak .
De heilige taal van concurrentiekracht
Ook de taal waarin deze crisis wordt besproken, is niet onschuldig. Zodra begrippen als ‘concurrentiekracht’, ‘productiviteit’, ‘vertrouwen van investeerders’ en ‘strategische afschrikking’ het debat overnemen, schuift de burger op van deelnemer naar toeschouwer. In de sectie ‘Technische Taal als Heilige Spraak’ beschrijf ik hoe moderne technocratie werkt als een nieuw liturgisch systeem: alleen wie de codetaal beheerst, lijkt nog toegang te hebben tot de ruimtes waar de toekomst wordt vormgegeven . De uitkomst is voorspelbaar: politieke keuzes worden herverpakt als technische noodzaak.
Dat verklaart waarom de waarschuwing van de Nationale Bank in de media zo existentieel klinkt. Achter de economische terminologie zit een oudere vraag verborgen: wie spreekt hier als laatste rechter? De Belgische kiezer, het federale parlement, de Europese Unie, de Amerikaanse regering, de ratinglogica van mondiale financiële markten, of een ongrijpbare combinatie van al deze krachten? In het Zachte Imperium is precies dat de kern van macht: iedereen en niemand tegelijk is verantwoordelijk .
Wat strategische autonomie wel en niet betekent
Daarom is de opkomende roep om Europese strategische autonomie begrijpelijk. Maar zij verdient precisie. Strategische autonomie mag niet betekenen dat Europa simpelweg een spiegelbeeld wordt van het protectionisme dat het zegt te vrezen. Zij mag evenmin verengen tot retoriek over kracht zonder democratische verdieping. In Hoofdstuk 35, ‘Als de leugens hadden gefaald: een alternatieve 21e eeuw’, werk ik een andere logica uit: politieke soevereiniteit is leeg wanneer eerlijke mondiale economische regels ontbreken. Werkelijke autonomie vraagt democratischer vertegenwoordiging in financiële instellingen, eerlijker handelsregels, bescherming van sociale rechten en de mogelijkheid om cruciale technologie en infrastructuur niet louter als koopwaar, maar als publieke voorwaarde van vrijheid te behandelen .
Met andere woorden: als Europa uit deze episode iets moet leren, dan is het niet dat het zich volledig uit de wereld moet terugtrekken, maar dat het opnieuw politieke greep moet krijgen op vitale afhankelijkheden. Dat geldt voor energie, havens, halfgeleiders, defensieketens, farmaceutische productie, digitale infrastructuur en financiering van de groene omslag. Autonomie is geen autarkie. Zij is het herwinnen van beslissingsmacht over de voorwaarden waaronder burgers leven.
De biosfeer betaalt mee, zelfs wanneer ze niet wordt genoemd
Er zit nog een stillere laag in dit verhaal. Onzekerheid remt niet alleen industriële investeringen; zij remt ook de investeringen die nodig zijn voor de biosfeer. In het boek schrijf ik dat onder het Zachte Imperium aandelenmarkten en groeicijfers fel zichtbaar worden gemaakt, terwijl onbetaalde zorg, ecologisch verlies en de levens van wie onderaan staan in de schaduw blijven . Dat patroon is ook hier relevant. Wanneer handelsspanning de horizon verduistert, verschuift aandacht onmiddellijk naar export, marges en concurrentie. De ecologische transitie wordt dan opnieuw iets dat moet wachten op stabielere tijden — alsof de planeet netjes meebeweegt met onze kwartaalrapporten.
Maar precies dat uitstel is een vorm van onderwerping aan de onzichtbare rechter. Dan laten we de markt niet alleen beslissen hoeveel groei aanvaardbaar is, maar ook wanneer de bescherming van bodem, water, energiezekerheid en klimaat politiek ernstig genomen mag worden. Wat niet in de directe prijs zichtbaar is, wordt opnieuw behandeld als bijkomstigheid.
Van schadebeheer naar herontwerp
Wat dan wel? In Hoofdstuk 36, ‘Zaden van een andere goddelijke orde’, en in de passages over lokale coöperaties en het terugveroveren van grond, schets ik geen mirakeloplossing, maar een richting: verkort waar mogelijk de afstand tussen beslissing en gevolg; democratiseer waar mogelijk eigendom, energie en krediet; bouw Europese en lokale instellingen die burgers niet alleen beschermen na de schok, maar hun blootstelling eraan vooraf verminderen . Dat kan gaan van publiek gecoördineerde industriële strategie tot coöperatieve energie, van versterkte sociale zekerheid tot grensoverschrijdende Europese investeringscapaciteit die niet meteen buigt voor elke externe schok.
Zo bekeken is de waarschuwing van de Nationale Bank niet het einde van een verhaal, maar een onthulling. Zij toont dat de Belgische burger te lang is verteld dat globalisering vooral een beheerkwestie was. In werkelijkheid was zij altijd een machtskwestie. Wie de regels van handel, financiering, energie en technologie niet mede kan vormen, leeft onder hun vonnissen.
De markt blijft slechts een onzichtbare rechter zolang wij haar behandelen als lot. Zodra we opnieuw durven zeggen dat handelsregels, investeringsstromen, industriële keuzes en sociale bescherming menselijke ontwerpen zijn, niet natuurwetten, verandert ook de taak van de politiek. Dan gaat zij niet langer alleen over opvangen en uitleggen, maar opnieuw over tekenen, begrenzen en beschermen. Dat is uiteindelijk de centrale les van Thrones of the Invisible: de moderne goden verliezen hun gloed op het moment dat mensen ophouden hun uitspraken voor eeuwige noodzaak te houden .
Bron: Nationale Bank van België, Economische vooruitzichten 2025-2027, https://www.nbb.be/nl/artikels/economische-vooruitzichten-2025-2027.
Comments ()